Sporters aan het woord: De droom van judoka Daan Pot (13)? “Meedoen aan de Olympische Spelen!”

Daan Pot medaille

Zijn eerste keer judoën kan Daan Pot (13) zich niet eens herinneren, zó jong was hij toen hij met judo in aanraking kwam. Dat is misschien ook niet zo gek als je een vader hebt met een eigen judoschool. Dat Daan uitzonderlijk talent heeft blijkt wel uit de diverse titels die hij al op zijn naam heeft staan (bijvoorbeeld de Open Amerikaanse Kampioenschappen) en de internationale toernooien waar hij steeds vaker aan deelneemt. Tijd voor een uitgebreidere kennismaking met deze veelbelovende judoka.

Hij mag dan sinds vier jaar met zijn vader, moeder en twee honden in Zutphen wonen; de roots van Daan liggen in de gemeente Brummen. In Leuvenheim, om precies te zijn. Daar ging hij naar de basisschool en bij Sportclub Brummen speelde hij voetbal. Voetbal? Daan is toch judoka? Dat klopt, maar: “Vanaf mijn vijfde tot mijn twaalfde heb ik naast het judoën ook gevoetbald. Judo kreeg toen altijd al wel voorrang. Als er bijvoorbeeld op zaterdag een toernooi was moest ik de voetbalwedstrijd afzeggen,” vertelt Daan. Inmiddels heeft hij volledig voor het judoën gekozen. Om bij de top van Nederland te horen moet je namelijk voldoende uren trainen én aan de nationale trainingen mee kunnen doen, die bijvoorbeeld in Heerde en Heerenveen gegeven worden. In totaal traint Daan tien keer per week: hij wisselt de trainingen van zijn vader af met de landelijke trainingen op locaties elders in het land.

Als je daarnaast ook nog naar school moet – Daan zit in 2 VWO op het Stedelijk in Zutphen – hoe combineer je dat dan met elkaar? Daar heeft Daniël, de vader van Daan, in samenwerking met de school iets op bedacht. “Op onze school mogen wij elke dag het vijfde uur zelf invullen. Het maatwerk-uur, heet dat. Sommigen kiezen dan bijvoorbeeld wiskunde of Duits. Ik ga in plaats daarvan op maandag, woensdag en vrijdag in het vijfde uur judoën. Dan ga ik in de pauze alvast naar de zaal en ben ik het zesde uur weer in de klas,” vertelt Daan, die blij is dat zijn school zo goed meedenkt. Vorige week was hij bijvoorbeeld in Azerbeidzjan voor een toernooi en trainingsstage. Daarvoor kreeg hij verlof van school.

“Judoën is heel gewoon voor mij”

Dat Daan judoën van jongs af aan al leuk vindt staat natuurlijk buiten kijf. “Maar omdat het altijd al bij mijn leven hoort is het niet zo dat ik iedere dag denk: leuk, ik ga weer judoën,” zegt hij. “Het is heel normaal voor mij. Net als naar school gaan, dat hoort er ook gewoon bij.” Dat hij vanwege het judoën op veel verschillende plekken in de wereld komt vindt hij overigens wel bijzonder. Daans moeder Marinette Janssen zorgt er bovendien voor dat er tijdens de judo-trips naar het buitenland ook wat aandacht is voor sightseeing in de omgeving. “Laatst zag ik een programma op tv over Denemarken en toen lieten ze een plek zien waar wij ook gefietst hebben. Dat is wel cool,” aldus Daan.

Op hoog niveau judoën mag dan voor Daan heel gewoon zijn, het betekent wel dat hij erg gedisciplineerd moet omgaan met thema’s als voeding. Daan zit immers in de gewichtsklasse -50 en daar moet hij voorlopig in zien te blijven. Chips en snoep zijn dan ook uit den boze. Oók tijdens verjaardagen. “Soms vind ik dat wel eens lastig, maar tegelijkertijd denk ik ook: als ik het nu laat staan heb ik daar later profijt van,” aldus Daan. “Laatst in Warschau heb ik trouwens wel wat chippies gehad. Héél af en toe kan dat.”

Goud voor vader en zoon

Vraag je Daan naar zijn absolute hoogtepunt tot nu toe, dan is dat het winnen van de Open Amerikaanse Kampioenschappen, waar hij dit jaar nog aan meedeed. Daar wonnen zowel Daan als zijn vader Daniël goud. “Ik had double entry, wat betekent dat ik meedeed aan het toernooi ‘onder de 15’ en ‘onder de 18’. Bij ‘onder de 18’ werd ik derde, dat vond ik al vet. De volgende dag werd ik eerste bij ‘onder de 15’, toen was ik al helemáál blij. En de dag erna werd mijn vader ook nog eens eerste in zijn categorie,” vertelt Daan vol trots. “Dat was echt heel mooi.”

Het volgende doel waar Daan naartoe werkt is deelname aan de Europa Cups. Daarvoor moet hij verschillende kwalificatietoernooien in Nederland zien te winnen. En pak je bij de Europa Cups ook weer prijzen, dan mag je door naar het EK of het WK voor cadetten (onder de 18 jaar) of junioren (onder de 21). Dat zou toch wel heel gaaf zijn, geeft Daan aan.

Maar zijn ultieme droom – hoe kan het ook anders als topsporter in de dop – is toch wel meedoen aan de Olympische Spelen. “Het zou heel leuk zijn als ik daar ooit kan staan. Dan hoef ik nog niet eens per se een prijs te pakken… Al zou dat natuurlijk wel geweldig zijn.”

Deel dit bericht
Aankomende evenementen